“Je moet elke dag een beetje oefenen!”

 

BEIJUM Vanaf april 2021 liepen vijf ‘verkenners’ door vijf wijken van Groningen. Niet om van alles te doen, maar om te kijken, te luisteren en te ontmoeten. Wat hebben ze geleerd? Christiaan Schoonenberg maakte kennis met Beijum.

 

Op mijn tweede wandeling heb ik eindeloos naar de woorden bij het fonteintje op de Claremaheerd gestaard: ‘de ander ben je zelf’. Ik vond ze mooi klinken, maar voelde ze van binnen nog niet. Nu, maanden van wekelijkse wandelingen door Beijum later, heeft de exposure ze met ervaringen aangekleed. In de vele ontmoetingen ben ik mezelf als ander regelmatig tegengekomen.

 

‘Exposure’ – je openstellen voor de stad – confronteert je met van alles. Met jezelf, met de ander, met de ander in jezelf. Maar ook met de buurt, het weer, of de schoenen die je aanhebt. Ik zat die tweede wandeling zo lang op het pleintje aan de Claremaheerd omdat ik pijnlijke voeten had gekregen van het wandelen. Maar zittend op het bankje viel me van alles op dat ik wandelend niet gezien zou hebben.

 

Een kleine kunstenaar

Het was woensdagmiddag en de kinderen van de basisschool hadden hun vrije middag. De speeltuintjes op het plein werden goed gebruikt. Het viel me op dat de volwassenen die soms met de kinderen meekwamen niet de ouders van de kinderen waren. Een kleine kunstenaar, die het plein decoreerde met stoepkrijttekeningen en van geen ophouden wist, bracht de middag door met zijn tante. Een oma lunchte op het plein met haar twee kleinkinderen. Later werd een jongen thuisgebracht door een chauffeur, die duidelijk om hem bekommerd was. Twee jongens op stepjes leerden elkaar trucjes aan. De één adviseerde de ander: “je moet elke dag een beetje oefenen!”

 

De zorgrelaties die ik daar op het plein zag pasten niet in de traditionele familiestructuur van papa-mama-kindjes. Terwijl er juist daar op het pleintje van de Claremaheerd ook een poster hing van een blije witte familie die leek te zeggen dat echte liefde en echt geluk daar wél mee te maken heeft.

 

Geen gezicht

Nog een paar vertederende momenten: een vader die zijn baby tot rust bracht in zijn voortuin en hem een kusje op z’n hoofd gaf. Een tienermeisje met hoofddoek die naar de speeltuin wandelde om met koptelefoon op de schommel van het avondlicht te genieten. En de schaamte van een man met een hondje van zeventien voor het feit dat z’n hondje de laatste tijd zo afwezig was, waardoor hij hem soms naar huis moest dragen: “dat is toch geen gezicht...”

 

Ik werd me plots heel bewust van alle kleine verhalen die zich in de wijk afspelen. Overal zag ik korte scènes waarachter hele levens schuilgingen. Ik begon te bedenken wie er in de huizen woonden waar ik langs wandelde en vond het jammer dat ik niet met iedereen een beetje kennis kon maken.

 

Zorg voor de wijk

Tijdens het wandelen kwamen er regelmatig vragen op. Wandelen en denken gaan nu eenmaal goed samen. Het ritme van je bewegingen en de vrije tijd van de exposure kunnen op de goede momenten ook je hoofd wat losser maken.

 

Één vraag die tijdens de wandelingen vaak door m’n hoofd speelde was: wat is ‘zorg voor de wijk’ nu eigenlijk en hoe uit zich die? Want er zijn mensen in Beijum die hun tuinen heel goed bijhouden, mensen die buurttuintjes organiseren en zich engageren met klimaatproblemen. Op het eerst gezicht staan betegelde tuintjes daar bijvoorbeeld helemaal haaks op. Ik las in De Groene ooit een stuk over het enorme ecologische potentieel van betegelde achtertuinen in Nederland.

 

Maar wat me tijdens mijn wandelingen in de zomer opviel was dat juist die betegelde tuinen versierd waren met oranje slingers en vlaggen. Er werd samen naar sport gekeken en plezier gemaakt. Ze fleurden de buurt op en creëerden een sfeer van saamhorigheid, of in elk geval een gevoel van hype voor het EK en de Olympische Spelen. Misschien zijn die betegelde tuinen, hoe ver ze ook van me afstaan, ook een vorm van zorg. Geboren uit de nood om, na een lange, uitputtende werkdag niet ook nog in de tuin te hoeven werken, bijvoorbeeld.

 

Geen plannen

Exposure is een oefening in je anders tot de wereld verhouden. Je oordelen wegen en ze voortdurend weer uitstellen. Niets doen, maar wel aanwezig zijn. De wereld op jou af laten komen, in plaats van er zelf op af te stappen. Geen plannen maken of ze weer omgooien zodra ze te veel vorm krijgen. Je geeft eigenlijk alles uit handen. Daardoor raak je machteloos, soms bang of verveeld. Maar je krijgt er veel voor terug. Er worden andere dingen zichtbaar. Om je heen, in de buurt, die zoveel manieren van leven mogelijk maakt. In de ander, die ook bestaat voorbij jouw vooroordelen. In jezelf, want die binnenwereld blijft niet ongemoeid.

 

Christiaan