“Je bent er voor de stad of je bent niks”

 

Interview Evert Jan Veldman, diaconaal predikant

 

Evert Jan Veldman is helemaal zat van de kerk die alleen maar problemen wil oplossen. Kerkmensen moeten eerst maar eens luisteren wat mensen echt belangrijk vinden. “Wat je vooral nodig hebt zijn een tafel en een keuken.”

 

Evert Jan is dominee in de Nieuwe Kerk in de Hortusbuurt. Daar kun je elke dag even binnenlopen om in het Stiltecentrum een kaarsje te branden of even tot rust te komen. Ook gebeuren er vaak andere dingen in het kerkgebouw: een hiphopvoorstelling bijvoorbeeld. “Toen de dansers naast de organist stonden, die even wat uitprobeerde, zeiden ze: die man danst!” vertelt Evert Jan lachend. Maar dat de stad de kerk binnenkomt, is maar de ene helft. De kerk moet ook veel meer de stad in, vindt hij. Nu zijn er meer mensen die dat vinden, en daarom is hij sinds 2019 voor een aantal uur in de week ‘diaconaal predikant’ om de protestantse kerken in Groningen te helpen echt onderdeel van de stad te worden. “Maar ik leef niet zo in hokjes. Als ik over straat loop, ben ik vooral Evert Jan.”

 

Geen uithangbord

Wat is nou een diaconaal predikant? “Die bestaan bijna niet meer. Vroeger hadden alle grote steden ze: een dominee die een soort uithangbord voor de kerk is, bruggen slaat naar andere groepen in de samenleving en daarna weer op de kerkdeuren bonst. Tegenwoordig zijn er nog een paar, die leidinggeven aan één speciaal project, zoals de Pauluskerk in Rotterdam. Voor mij is dat anders. Al jaren geleden zeiden de diakenen van de Protestantse Gemeente Groningen dat ze eigenlijk een beroepsmedewerker nodig hadden. Die kon dan helpen om een nieuwe koers te bepalen en dichter op het leven in de stad te zitten. Omdat ik al ervaring had als wijkpastor in Rotterdam en Enschede, ben ik dat geworden. Maar ik wil geen uithangbord worden. Ik loop niet rond ‘namens’ de kerk, de hele kerk moet juist veranderen.”

 

Eerst even luisteren

Diakenen zijn mensen in de kerk die de hele kerk ertoe aansporen om de liefde van God dichterbij te brengen: door te luisteren, voor elkaar te zorgen, betrokken te zijn en te helpen. Niet alleen voor kerkgangers, maar voor iedereen. “Diakenen hebben vaak een goed hart en zijn echte doeners. Maar moet je niet eerst luisteren voordat je in de doe-modus schiet? De Protestantse Gemeente is in de afgelopen decennia steeds meer een middenklassekerk geworden. Veel mensen hebben weinig ervaringskennis over wat er allemaal speelt in delen van de stad waar ze zelf niet wonen.”

 

Niet het wiel opnieuw uitvinden

Wat betekent dat in de praktijk? “Ik help de diakenen na te denken over het beleid in de komende jaren. Vanaf april 2021 lopen er ‘verkenners’ rond in de stad die kennismaken met de wijken, die begeleid ik ook. En ik zorg dat ik mijn netwerk op orde heb. Er zijn zoveel mensen actief in de stad! We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden, maar we kunnen ons ook niet zomaar ergens bij aansluiten.”

 

Samen

De kerk is volop in beweging. Eindelijk, vindt Evert Jan. “Geduld is niet mijn sterkste kant. Maar ik zie nu bewegingen die ik twee jaar geleden niet voor mogelijk had gehouden. Mensen willen het samen doen en kijken over de grenzen van de wijkgemeenten heen. We hebben door dat we het niet volhouden zoals we het vroeger deden. Als we de diaconale roeping van de kerk laten liggen, dan zijn we zo verdwenen. Je bent er voor de stad of je bent niks.”

 

Samen eten

“De meeste mensen weten helemaal niet wat ‘diaconaat’ is, of een ‘diaken’. Ik moet denken aan toen ik in 1980 stageliep bij het buurtpastoraat in het Oude Westen van Rotterdam. Daar hadden mensen het liefkozend over ‘het pastoraatje’. Ze wisten niet wat het was, maar ze wisten wat die mensen deden. Ik kan me voorstellen dat het met diaconaat ook zo is. We hoeven geen spetterende activiteiten in de krant. We moeten aanwezig zijn en van onderop groeien en leren. De basis van al het diaconaat is samen eten, dus wat je vooral nodig hebt zijn een tafel en een keuken.”

 

Geen grenzen meer

Evert Jan stopt over twee jaar als predikant, maar dan is de nieuwe route al ingeslagen. “De plekken in de stad leren ons welke vragen we moeten stellen,” zegt hij. “Langzaam vervaagt de grens tussen binnen en buiten de kerk. Dan gaan mensen meedoen die misschien niet alle tradities en termen kennen, maar die bij de gemeenschap willen horen.”